Hoe u een OBD2-foutcode leest

Wat de vijf tekens van een foutcode betekenen, hoe u vaststelt op welk systeem van het voertuig ze slaan en waarom een foutcode niet noodzakelijk zegt welk onderdeel defect is.

Naar de gedocumenteerde foutcodes

Een foutcode, afgekort DTC (Diagnostic Trouble Code), wordt normaal gesproken weergegeven door een letter en vier tekens, zoals P0299. Elke positie bevat informatie die helpt het zoekgebied van de diagnose te beperken, ook wanneer u de foutcode nog nooit eerder bent tegengekomen.

In recentere diagnosesystemen bestaan bovendien DTC's die aanvullende informatie over het type storing kunnen bevatten.

De eerste letter: welk systeem van het voertuig

De eerste letter geeft aan op welk systeem de foutcode betrekking heeft en beperkt het zoekgebied van de diagnose meteen.

  • P — Powertrain: systemen van de aandrijflijn, zoals motor, brandstoftoevoer, ontsteking, emissiebeheersing en transmissie.
  • B — Body: systemen van de carrosserie en het interieur, zoals airbags, portieren, stoelen, verlichting, airconditioning en andere comfort- en veiligheidssystemen.
  • C — Chassis: systemen van het onderstel en de voertuigdynamiek, zoals remmen, ABS/ESP, vering en stuurinrichting.
  • U — Network: communicatie- en integratiesystemen tussen de regeleenheden. Een U-code kan wijzen op een probleem in de communicatie en kan te maken hebben met het netwerk, bedrading, connectoren, voedingen of met een regeleenheid die niet correct communiceert.

De tweede positie: standaardcode of fabrikantcode

De tweede positie draagt bij aan het bepalen tot welk gebied de foutcode behoort en maakt bij DTC's van het type P ook onderscheid tussen reeksen die door de norm worden vastgelegd en reeksen die aan de fabrikanten zijn voorbehouden.

Zo behoren P0xxx en P2xxx tot gestandaardiseerde gebieden, terwijl P1xxx en bepaalde reeksen binnen de serie P3xxx aan de fabrikanten zijn voorbehouden.

Daarom moet de precieze betekenis van een DTC altijd worden gecontroleerd in de bijbehorende definitie en, indien nodig, in de technische documentatie van de fabrikant.

De derde positie: welk subsysteem

Bij codes die beginnen met P0, draagt de derde positie bij aan het bepalen van de familie of het betrokken technische gebied. In foutcode P0299, bijvoorbeeld, plaatst het cijfer 2 de DTC in de bijbehorende codefamilie. Dat is een eerste houvast om het zoeken richting te geven, maar op zichzelf niet genoeg om het onderdeel of de storing vast te stellen.

P0100 – P0299
Meting van lucht en brandstof: luchtmassameter, druksensoren, mengselregeling, verstuivers en bijbehorende circuits.
P0300 – P0399
Ontsteking en ontstekingsuitval: hieronder vallen de foutcodes van misfires. P0300 duidt op een ontstekingsuitval die willekeurig of in meerdere cilinders is vastgesteld, terwijl foutcodes als P0301, P0302 en P0303 respectievelijk cilinder 1, 2 en 3 aanduiden.
P0400 – P0499
Emissiebeheersing: uitlaatgasrecirculatie, katalysator, tanksysteem met brandstofdampen en secundaire luchtinspuiting. De foutcodes van het roetfilter staan hoofdzakelijk in de serie P2xxx.
P0500 – P0599
Voertuigsnelheid, stationair toerental en hulpcircuits.
P0600 – P0699
Elektronische regelsystemen en uitgangscircuits: hieronder vallen onder meer foutcodes met betrekking tot circuits, prestaties en mogelijke interne afwijkingen van de regelsystemen.
P0700 – P0999
Transmissie en bijbehorende regelsystemen, waaronder automatische versnellingsbakken en andere elektronisch geregelde transmissietypen.

De laatste tekens: wat is de bijzonderheid

De laatste tekens maken de identificatie van de DTC compleet en maken het mogelijk de specifieke afwijking te bepalen die de foutcode beschrijft. De definitie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op een open circuit, een kortsluiting, een signaal buiten bereik, een onjuiste prestatie of een inconsistente waarde.

Er bestaat echter geen universele regel waardoor een bepaald laatste cijfer altijd met hetzelfde type storing overeenkomt: de betekenis moet worden uitgelegd aan de hand van de definitie van de specifieke DTC.

In sommige foutcodes kunnen ook de letters A–F voorkomen, omdat de gebruikte tekens tot de hexadecimale notatie kunnen behoren.

DTC's kunnen aanvullende informatie bevatten

De meest gebruikelijke weergave van een OBD-DTC bestaat uit vijf tekens, zoals P0299. De recentere diagnosenormen voorzien echter ook in structuren die aan de foutcode aanvullende informatie over het type storing kunnen koppelen (Failure Type).

Daarom is het bij het uitleggen van een DTC niet genoeg alleen de afzonderlijke tekens van de foutcode te analyseren: ook de volledige definitie die het diagnosesysteem geeft en, indien beschikbaar, het bijbehorende type storing moeten in aanmerking worden genomen.

Waar het om draait

De foutcode geeft aan waar u moet zoeken, niet welk onderdeel u moet vervangen

Een foutcode benoemt een afwijkende toestand die het systeem heeft vastgesteld, maar niet noodzakelijk het onderdeel dat er verantwoordelijk voor is. Om bij de oorzaak te komen moeten de mogelijke bronnen van het probleem worden gecontroleerd.

Neem een foutcode die een open circuit naar een sensor meldt. De regeleenheid heeft een toestand vastgesteld die past bij een open circuit of bij een signaal dat niet overeenkomt met het verwachte signaal. De oorzaak kan echter uiteenlopen. Bijvoorbeeld:

  • Defecte sensor.
  • Onderbroken of beschadigde bedrading.
  • Geoxideerde connector of connector die met tussenpozen contact maakt.
  • Ontbrekende massa, zonder dat de sensor defect is.
  • Ontbrekende of afwijkende voeding van het circuit.
  • Kortsluiting of een ander elektrisch probleem.
  • Afwijking van de regeleenheid of van het aansturingscircuit.

De sensor vervangen lost dus maar één van de mogelijke scenario's op. In de andere gevallen blijft de storing bestaan en kan de foutcode terugkomen.

Meer foutcodes betekenen niet noodzakelijk meer storingen

De aanwezigheid van meerdere foutcodes betekent niet noodzakelijk dat er evenveel storingen zijn. Eén afwijking kan namelijk verschillende foutcodes als gevolg hebben, bijvoorbeeld bij problemen met voeding, massa of communicatie.

Het is echter ook mogelijk dat er meerdere onafhankelijke storingen aanwezig zijn. Daarom is het belangrijk de foutcodes te bekijken samen met de omstandigheden waarin ze zijn vastgesteld, de historie en de overige beschikbare diagnosegegevens, in plaats van zich zonder meer op de eerste in de lijst te richten.

In afwachting, opgeslagen of permanent: wat betekent dat?

De status van de DTC geeft aan hoe het diagnosesysteem de storingstoestand heeft vastgesteld en afgehandeld.

  • In afwachting (Pending) — het systeem heeft een storingstoestand vastgesteld, maar er is nog niet voldaan aan alle criteria die nodig zijn om die als bevestigde storing aan te merken. Afhankelijk van het systeem en van de bewakingsstrategie kan het MIL-lampje nog uit zijn.
  • Opgeslagen/Bevestigd — de storing heeft voldaan aan de criteria van de regeleenheid om als bevestigde DTC te worden vastgelegd. Hoe die bevestiging verloopt, hangt af van de monitor en van de toegepaste diagnosestrategie.
  • Permanent (Permanent DTC) — in systemen die deze functie ondersteunen, kan de DTC niet handmatig met het gewone wiscommando worden gewist. Het systeem verwijdert hem automatisch zodra de bijbehorende monitors vaststellen dat de storingstoestand niet meer aanwezig is.

Een foutcode wissen betekent niet dat de storing is opgelost

Een foutcode wissen kan, nadat de controles en de noodzakelijke reparatie zijn uitgevoerd, dienen om na te gaan of de afwijking er nog is of dat de foutcode een restant was van een eerder probleem.

Wissen verhelpt de storing niet: is de oorzaak er nog, dan kan het systeem die opnieuw vaststellen.

Verzamel vóór het wissen van de DTC's alle beschikbare diagnosegegevens, want het wissen kan ertoe leiden dat sommige aan de storing gekoppelde gegevens verloren gaan en dat in OBD-systemen bepaalde diagnostische monitors worden gereset.

Raadpleeg vóór het wissen van de foutcode de freeze frame (momentopname), indien beschikbaar: een registratie van de belangrijkste parameters van het voertuig op het moment dat het systeem de afwijking heeft vastgesteld, zoals toerental, temperatuur, motorbelasting en snelheid.

Bij intermitterende storingen kan die informatie bijzonder nuttig zijn om te begrijpen onder welke omstandigheden het probleem optreedt.

Dezelfde foutcode kan verschillende oorzaken hebben

Voor gestandaardiseerde DTC's is de definitie van de foutcode volgens de norm gemeenschappelijk. De concrete oorzaak van de storing en de diagnosestrategie kunnen echter verschillen naargelang de motorisering, het bouwjaar, de uitvoering van het voertuig en de fabrikant.

Voor DTC's die in de aan de fabrikant voorbehouden reeksen vallen, moet daarentegen de bijbehorende technische documentatie worden geraadpleegd.

Daarom is de definitie van de foutcode op zichzelf niet genoeg om een diagnose af te ronden. Het is nuttig te weten welke oorzaken bij vergelijkbare voertuigen zijn aangetroffen, welke controles zijn uitgevoerd en welke oplossing het probleem heeft verholpen.

Sema Repair koppelt foutcodes aan specifieke motoriseringen en aan cases die werkelijk in de werkplaats zijn opgelost, en stelt zo informatie beschikbaar die de diagnose richting geeft.

Wilt u Sema Repair in actie zien?

Neem contact met ons op: een van onze adviseurs laat u zien wat Sema Repair allemaal kan en hoe het u in uw werkplaats helpt.